Vennootschap aansprakelijk voor sociale bijdragen van bestuurders

15/09/2026

Heeft je onderneming bestuurders of vennoten die daarnaast, in eigen naam, nog een zelfstandige activiteit uitoefenen die volledig losstaat van hun bestuursmandaat? Dan is extra waakzaamheid geboden.

In een recent arrest van 22 juni 2026 verwierp het Hof van Cassatie het cassatieberoep van de vennootschap MD & M, die door het sociaal verzekeringsfonds Partena hoofdelijk was aangesproken voor de achterstallige sociale bijdragen van een van haar bestuurders. Die bijdragen hadden uitsluitend betrekking op haar persoonlijke zelfstandige activiteiten.

De feiten

  • Mevrouw T. was bestuurder bij MD & M van 24 juni 2015 tot 29 maart 2019.
  • Zij ontving hiervoor geen enkele vergoeding van MD & M. Daarnaast was zij een niet-actieve aandeelhouder.
  • Sinds 1 juli 2014 oefende zij bovendien, volledig los van haar bestuursmandaat, in eigen naam een zelfstandige activiteit uit als IT-consultant en ondernemingscoach.
  • Het geschil betrof de achterstallige sociale bijdragen voor de vier kwartalen van 2017 met betrekking tot haar persoonlijke zelfstandige activiteit als IT-consultant en ondernemingscoach.
  • Desalniettemin vorderde Partena deze achterstallen bij MD & M op basis van de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 15, § 1, derde lid, van het Koninklijk Besluit nr. 38 van 27 juli 1967 tot inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
  • Zowel de arbeidsrechtbank als het arbeidshof van Brussel (arrest van 23 oktober 2023) stelden MD & M hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige achterstal van mevrouw T., ongeacht of deze al dan niet verband hield met haar bestuursmandaat.

Het cassatiemiddel

MD & M voerde voor het Hof van Cassatie aan dat de hoofdelijkheid van artikel 15, § 1, derde lid, van het KB nr. 38 beperkt zou moeten blijven tot de bijdragen die verband houden met het mandaat zelf, naar analogie met de regeling voor de zelfstandige en zijn helper.

MD & M wierp eveneens op dat de sociale bijdragen betrekking hadden op een activiteit die geen enkele band had met de vennootschap, waardoor een hoofdelijke gehoudenheid van de vennootschap uitgesloten zou zijn.

De beslissing van het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie verwerpt dit middel.

Op grond van artikel 15, § 1, derde lid, van het KB nr. 38 is een rechtspersoon hoofdelijk gehouden tot betaling van de bijdragen die verschuldigd zijn door zijn mandataris, zonder dat deze bepaling de gevolgen van die hoofdelijkheid verder beperkt.

Voor deze hoofdelijke gehoudenheid moeten twee cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:

  1. De mandataris of vennoot heeft gedurende een bepaalde periode een mandaat of activiteit als vennoot binnen de vennootschap uitgeoefend.
  2. Voor diezelfde periode zijn nog sociale bijdragen verschuldigd door die persoon in zijn of haar hoedanigheid van zelfstandige.

Zodra aan deze twee voorwaarden is voldaan, is de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor alle sociale bijdragen die de mandataris of vennoot voor die periode verschuldigd is. Daarbij maakt het geen verschil of die bijdragen verband houden met het mandaat zelf dan wel voortvloeien uit een andere zelfstandige activiteit die volledig losstaat van de vennootschap.

Wat betekent dit voor je onderneming?

De gevolgen van dit arrest zijn niet gering.

Zodra vaststaat dat iemand gedurende een bepaalde periode vennoot of mandataris van je vennootschap was, riskeert je onderneming hoofdelijk te worden aangesproken voor alle sociale bijdragen die die persoon als zelfstandige verschuldigd is voor die periode. Dat geldt zelfs wanneer die bijdragen volledig losstaan van het mandaat of van enige activiteit binnen de vennootschap.

Concreet raden wij aan:

  • Ga bij de aanstelling van een bestuurder of vennoot na of deze persoon nog andere zelfstandige activiteiten uitoefent naast zijn of haar mandaat.
  • Neem in de bestuurdersovereenkomst een uitdrukkelijk beding op waarin de mandataris of vennoot verklaart zelf verantwoordelijk te zijn voor de betaling van zijn of haar sociale bijdragen. Leg daarbij ook een meldingsplicht op, zodat de vennootschap tijdig op de hoogte is van eventuele nevenactiviteiten en de mandataris of vennoot bevestigt dat de bijbehorende sociale bijdragen correct en tijdig worden betaald. Een dergelijk beding is niet strikt noodzakelijk, aangezien van rechtswege een regresrecht ontstaat ten laste van de mandataris of vennoot als eigenlijke bijdrageschuldenaar. Het maakt het regres echter onmiddellijk opeisbaar en vermijdt discussies over de grondslag en omvang ervan.
  • Blijf alert voor de mogelijkheid om binnen de wettelijk voorziene termijn een verzoek tot ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid in te dienen zodra het sociaal verzekeringsfonds je onderneming tot betaling aanspreekt.

Een gewaarschuwde onderneming is er twee waard.

Heb je nog vragen of wens je bijstand? Neem contact met ons op. Ons team van advocaten bij PKF BOFIDI Legal staat graag voor je klaar.

Dit artikel werd geschreven door Marnix Van Den Plas en Stef Aerts.


Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Ontvang inzichten in je mailbox

Inschrijven