Vanaf 2026 wijzigen een aantal fiscale spelregels wanneer je geld uit je vennootschap wil halen. Zo worden de regels rond de minimumbezoldiging aangepast. Daarnaast wordt de belastingdruk op liquidatiereserves en het VVPR-bis-regime geharmoniseerd én verhoogd. Wat betekent dit concreet voor jou als ondernemer? We zetten de belangrijkste wijzigingen helder op een rij.
Om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting van 20% op 100.000 euro winst, moet een KMO-vennootschap een bezoldiging van minstens 45.000 euro bruto per jaar uitkeren aan één van haar bedrijfsleiders. Vanaf 2026 wordt deze drempel opgetrokken naar 50.000 euro per jaar. Deze drempel is inclusief eventuele voordelen van alle aard. Deze voordelen mogen bovendien vanaf volgend jaar, indien forfaitair berekend, nog slechts maximaal 20% van de bezoldiging bedragen.
Die drempel is inclusief eventuele voordelen van alle aard. Vanaf volgend jaar geldt bovendien dat forfaitair berekende voordelen nog slechts maximaal 20% van de totale bezoldiging mogen uitmaken.
Of het aangewezen is om je bezoldiging effectief te verhogen, lichten we hieronder toe aan de hand van een vereenvoudigd voorbeeld. We gaan uit van een jaaromzet van 120.000 euro en 15.000 euro beroepskosten (exclusief de jaarlijkse bezoldiging).
| Inkomsten uit de vennootschap | ||
| Zonder verhoging minimumbezoldiging | Met verhoging minimumbezoldiging | |
| Bruto-omzet | 120.000 | 120.000 |
| Bedrijfskosten | 15.000 | 15.000 |
| Bruto bezoldiging | 45.000 | 50.000 |
| Winst voor belasting | 60.000 | 55.000 |
| Vennootschapsbelasting | 15.000 (25%) | 11.000 (20%) |
| Roerende voorheffing (15%/18%) | 6.750 / 8.100 | 6.600 / 7.920 |
| Netto dividend | 38.250 / 36.900 | 37.400 / 36.080 |
| Inkomsten uit de bezoldiging | ||
| Persoonlijke sociale bijdragen | 8.948,25 | 9.942,50 |
| Personenbelasting | 10.331,33 | 12.269,20 |
| Netto bezoldiging | 25.720,42 | 27.788,30 |
| Totaal netto dividend + bezoldiging (roerende voorheffing 15%) | 63.970,42 | 65.188,30 |
| Totaal netto dividend + bezoldiging (roerende voorheffing 18%) | 62.620,42 | 63.868,30 |
Op basis van dit vereenvoudigd voorbeeld is het inderdaad aangewezen om de bezoldiging te verhogen tot 50.000 euro op jaarbasis.
Op de verplichting om een minimumbezoldiging toe te kennen bestaan twee uitzonderingen. Ook wanneer niet aan deze voorwaarde is voldaan, kan de vennootschap toch in aanmerking komen voor het verlaagd tarief indien:
Een alternatief voor de minimumbezoldiging is een dividenduitkering. Keer je jezelf een dividend uit, dan betaal je daarop in principe 30% roerende voorheffing.
Op dat algemene tarief bestaan twee belangrijke manieren om de belastingdruk te verlagen: de liquidatiereserve en het VVPR-bis-regime.
Door de Programmawet van 18 juli 2025 worden beide systemen grotendeels geharmoniseerd. Aanvankelijk zou de totale belastingdruk in beide gevallen uitkomen op 15%. In het begrotingsakkoord van eind november werd echter beslist om die belastingdruk op te trekken naar 18%.
Bij de aanleg van een liquidatiereserve betaal je een afzonderlijke heffing van 10% op het bedrag dat je wil reserveren. Nadien kan die reserve op een later moment tegen een gunstiger tarief worden uitgekeerd.
Tot voor kort moest je vijf jaar wachten om de liquidatiereserve uit te keren aan slechts 5% bijkomende roerende voorheffing. De effectieve belastingdruk op de oorspronkelijke winst bedroeg daardoor 13,64%, aangezien die 5% wordt berekend op het nettobedrag na de eerdere 10% heffing.
Voor reserves die worden aangelegd vanaf 2026 wordt de wachttermijn ingekort tot drie jaar, maar stijgt de bijkomende roerende voorheffing naar 6,5%. De totale belastingdruk komt daardoor uit op 15%. Volgens het recente begrotingsakkoord zou die zelfs verder stijgen naar 18%. De bedoeling is wel om niet te raken aan reeds opgebouwde liquidatiereserves.
Bij vereffening van de vennootschap is geen bijkomende belasting meer verschuldigd op liquidatiereserves.
Voor liquidatiereserves die al zijn aangelegd – én voor deze die nog worden aangelegd vóór 31 december 2025 – geldt een overgangsregeling. Je kan kiezen:
Een belangrijk aandachtspunt is het FIFO-principe (first in, first out). Wie beslist om sneller uit te keren, spreekt automatisch eerst de oudste reserves aan. Het kan dus gebeuren dat je 6,5% betaalt op reserves die enkele maanden later tegen 5% beschikbaar zouden zijn.
Een uitkering binnen de wachttermijn blijft mogelijk, maar tegen een hogere fiscale kost. In dat geval bedraagt de roerende voorheffing 20%. Voor reserves die vanaf 2026 worden aangelegd en binnen de wachttermijn worden uitgekeerd, stijgt dit zelfs naar 30%.
Wie de vennootschap binnen afzienbare tijd wil stopzetten, doet er meestal goed aan geen liquidatiereserves meer uit te keren. Bij vereffening kunnen die immers zonder bijkomende belasting worden uitgekeerd.
Naast de liquidatiereserve is er het VVPR-bis-stelsel, dat momenteel ook een netto belastingdruk van 15% oplevert. Het verschil zit vooral in de timing en cashflow.
Bij VVPR-bis betaal je de roerende voorheffing enkel bij uitkering. Na de (eenmalige) wachttermijn – na uitgifte van de aandelen, bij oprichting of bij latere kapitaalverhogingen – kan je geld uitkeren tegen 15%.
Let op: niet elke vennootschap komt in aanmerking. Enkel KMO-vennootschappen opgericht na 1 juli 2013, of die sindsdien een kapitaalverhoging hebben gedaan, kunnen (gedeeltelijk) gebruikmaken van VVPR-bis.
Gelden die tijdens de wachttermijn van liquidatiereserves of VVPR-bis worden aangehouden, kunnen fiscaal vriendelijk belegd worden, vaak via DBI-fondsen (Definitief Belaste Inkomsten).
Let op: de hervorming stopt niet bij liquidatiereserves en DBI. Vanaf januari 2026 komt er ook een meerwaardebelasting op aandelen. Hoewel deze plannen nog niet definitief zijn, kan het zinvol zijn om in 2025 nog reserves uit te keren. Dit verlaagt het eigen vermogen en beïnvloedt de latere belastbare basis voor de meerwaardebelasting. Omdat historische meerwaarden tot 31/12/2025 vrijgesteld zijn, kan het in sommige gevallen fiscaal interessant zijn een dividend uit te keren.
Wil je weten wat deze wijzigingen concreet betekenen voor jouw vennootschap? Neem contact met ons op en we bekijken samen welke strategie het meest voordelig is voor jouw situatie.
Dit artikel werd geschreven door Stijn Schalck.