Goed nieuws voor de IT-sector: vanaf 1 januari 2026 wordt het opnieuw mogelijk om gebruik te maken van het fiscaal gunstige regime van auteursrechten voor software. Hoewel de definitieve goedkeuring van de wetgeving nog niet afgerond is, lijkt de herinvoering een feit. Dit biedt interessante perspectieven voor bedrijven en softwareontwikkelaars die hun verloningsstructuur fiscaal willen optimaliseren.
Om te kunnen genieten van het auteursrechtenregime, moet aan een aantal strikte voorwaarden worden voldaan. In de eerste plaats zijn er inhoudelijke vereisten met betrekking tot het werk zelf. Zo moet het gaan om een origineel en concreet uitgewerkt werk binnen de literaire of artistieke sfeer, dat duidelijk toewijsbaar is aan de auteur. Loutere ideeën of concepten komen dus niet in aanmerking.
Daarnaast gelden er ook belangrijke juridische en fiscale spelregels. Zo moet er sprake zijn van een effectieve overdracht van vermogensrechten tegen een auteursrechtelijke vergoeding, waarvan de omvang en voorwaarden duidelijk en concreet worden omschreven. Het werk moet bovendien daadwerkelijk worden geëxploiteerd door de verkrijger. Een schriftelijke, gedateerde en ondertekende overeenkomst is hierbij absoluut aangewezen. Tot slot moet de vergoeding correct worden onderbouwd volgens de bezoldigings- of omzetmethode en dien je daarbij rekening te houden met de geldende plafonds.
De herinvoering van auteursrechten brengt ook enkele risico’s met zich mee. Heel wat ondernemingen hebben het eerdere wegvallen van dit regime gecompenseerd met alternatieve verloningsvormen. Wie nu opnieuw auteursrechten invoert, loopt het risico dat de fiscus dit beschouwt als een vorm van verdoken loonoptimalisatie. In dat geval kan een voorafgaande beslissing cruciaal zijn om zekerheid te verkrijgen.
Daarnaast speelt het “publieke karakter” van software een belangrijke rol. Programma’s die uitsluitend op maat van één klant worden ontwikkeld, komen mogelijk niet in aanmerking tenzij ze alsnog geëxploiteerd worden. Ook hier kan een ruling uitsluitsel bieden.
Verder is het regime fiscaal iets minder voordelig geworden. De forfaitaire kostenaftrek blijft namelijk voorbehouden aan kunstenaars met een kunstwerkattest. Op sociaalrechtelijk vlak verandert er niets: vergoedingen voor auteursrechten blijven onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen voor werknemers, terwijl zelfstandigen vrijgesteld blijven van sociale bijdragen.
Het correct toepassen van het auteursrechtenregime vraagt om een doordachte aanpak en een sluitend dossier. Wens je (opnieuw) gebruik te maken van deze interessante regeling? Onze fiscale experten begeleiden je graag bij de analyse, de opmaak van de nodige documentatie en het uitwerken van waterdichte overeenkomsten.
Neem vandaag nog contact met ons op en benut deze opportuniteit optimaal.
Auteur: Karel Van Hootegem