Fusies worden vaak geassocieerd met complexe procedures, administratieve lasten en de verplichte tussenkomst van allerlei actoren, zoals de notaris, de revisor en de griffie. Dat beeld klopt in veel gevallen, maar wist je dat niet elke fusievorm aan evenveel formaliteiten onderworpen is?
De wetgever voorziet immers in vereenvoudigde fusietrajecten voor vennootschappen die nauw met elkaar verbonden zijn. Eén van die trajecten is de vereenvoudigde zusterfusie. Sinds eind 2025 kan ook deze fusievorm fiscaal neutraal worden uitgevoerd, net zoals dat al langer het geval is voor de meer gekende geruisloze (100%) moeder-dochterfusie. Daarmee is de vereenvoudigde zusterfusie uitgegroeid tot een praktisch relevant instrument, in het bijzonder bij reorganisaties binnen dezelfde vennootschapsgroep.
Van een zusterfusie is sprake wanneer twee of meer vennootschappen fuseren die dezelfde aandeelhoudersstructuur hebben. De vennootschappen zijn geen moeder- en dochtervennootschap, maar worden gecontroleerd door dezelfde persoon of personen.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer één aandeelhouder meerdere vennootschappen bezit (figuur 1) of wanneer dezelfde aandeelhouders in verschillende vennootschappen in identieke verhouding participeren (figuur 2).


Net als bij een gewone fusie door overneming start ook een vereenvoudigde zusterfusie met een fusievoorstel dat wordt opgemaakt door de bestuursorganen van alle betrokken vennootschappen. Daarnaast voorziet de wetgeving nog in een aantal bijzondere verslagen (bestuur, commissaris of revisor), waarvan evenwel kan worden afgezien mits unaniem akkoord van alle aandeelhouders. Na het verstrijken van de wachttermijn van zes weken na neerlegging van het fusievoorstel bij de griffie van de ondernemingsrechtbank kan de buitengewone algemene vergadering de fusie goedkeuren. Dit wordt vervolgens vastgelegd in een notariële akte.
Enkele algemene praktische aandachtspunten:
Het wezenlijke verschil met de klassieke fusie ligt in het wegvallen van een aantal wettelijke verplichtingen, wat resulteert in een aanzienlijke besparing van tijd en kosten:
Hoewel de vereenvoudigde zusterfusie juridisch al mogelijk was sinds de invoering van de Europese Mobiliteitsrichtlijn in 2023, kon ze tot voor kort niet fiscaal neutraal plaatsvinden (in tegenstelling tot de geruisloze moeder-dochterfusie). Door een lacune in de fiscale wetgeving bestond het risico op extra belastingheffing, waardoor deze fusievorm in de praktijk weinig werd toegepast. Die onduidelijkheid heeft de wetgever inmiddels weggenomen: sinds 25 november 2025 kan een vereenvoudigde zusterfusie ook fiscaal neutraal verlopen, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden en de aandelen van de fuserende vennootschappen rechtstreeks in handen zijn van dezelfde aandeelhouder(s).
De vereenvoudigde zusterfusie combineert duidelijke procedurele voordelen met de mogelijkheid om sinds eind 2025 ook fiscaal neutraal te herstructureren. Daarmee is ze een interessant instrument voor iedereen die zijn vennootschapsstructuur wil vereenvoudigen.
Twijfel je of een vereenvoudigde zusterfusie interessant is voor jouw vennootschapsstructuur? Neem contact op met onze PKF BOFIDI Legal experten. Zij begeleiden je praktisch en doelgericht bij de beoordeling en uitvoering van zo’n herstructureringstraject.
Dit artikel werd geschreven door Michiel Coppens en Jasper Caby